dinsdag 1 januari 2013

Over iets en niets

Een middeleeuwse monnik definieerde het universum als volgt: "het universum is als een bol waarvan het midden overal, en de omtrek nergens is". Dat klopt met mijn opvatting van het Niets. Wij kunnen ons het Niets fysiek voorstellen op drie manieren:
1. Als een punt zonder afmetingen.
2. Als een lege, doch begrensde ruimte, binnen die grenzen is er niets aanwezig, geen stofje, geen molecuul, geen kracht, geen straling, niets.
3. Als een oneindige ruimte zoals beschreven in de definitie van het universum hierboven, maar dan net zo leeg als in (2).

Alternatief (1) is niet bevredigend, want het zegt niets over de ruimte buiten dat punt zonder afmetingen, daar kan zich heel goed Iets bevinden. Op het punt zelf kan Niets zijn, maar elders wel.
Alternatief (2) is om dezelfde reden onbevredigend, dus er blijft alleen alternatief (3)  over. Het moet onmetelijk zijn, want zodra er een grens zou zijn, dan is er ook een gebied buiten die grens, en treedt alternatief (2) in werking. Dit Niets is in werkelijkheid gevuld met materie, straling en krachten, maar de onmetelijkheid ervan en het middelpunt dat overal is, blijven van kracht. Materie-punten zoals sterren, sterrenstelsels, gaswolken en dergelijke dienen als referentiepunten voor plaatsbepaling en tijdmeting. Als die materiepunten er niet waren en er helemaal Niets was in het Niets, zou het er niet toe doen waar je was in deze giga-ruimte, het was toch overal hetzelfde (gesteld dat je er kon zijn, want als je je erin bevond, was het geen Niets meer). Dat geldt zelfs min of meer in het werkelijke heelal, de verdeling van materie, straling en krachten is overal in het heelal hetzelfde, althans er is berekend door knappe computers, dat waar je je ook bevindt in het heelal, het net lijkt of je in het centrum ervan bent: bv. doordat sterrenstelsels zich met een snelheid die hoger wordt met het toenemen van de afstand, van jou af bewegen. Probeer je dit niet voor te stellen, dat lukt nooit helemaal. Een hoogleraar kosmologie heeft het mij proberen uit te leggen door het heelal te vergelijken met een krentenbol in de oven: elke krent is een sterrenstelsel, en die bewegen zich van elkaar af met het rijzen van het deeg.

De vraag wat het Niets is, is van belang omdat we ons steeds het hoofd breken over de inhoud van het universum, en niet over de ruimte zelf. Het geeft ook antwoord op de vraag wat de aard is van het Iets. En op de vraag waarom er Ć¼berhaupt Iets is, en niet Niets, wat toch meer voor de hand liggend zou zijn. Die vraag naar het waarom, of beter naar het Waarvandaan van het Iets, kan dus heel duidelijk worden beantwoord als we ons eerst het Niets voorstellen. Ooit moet er een Niets zijn geweest, want wat is moeilijker voor een mens dan het zich voorstellen dat bv. een waterstof-atoom of een elektron eeuwig zou zijn in die zin dat hij er altijd al geweest is, net als God, bij wijze van spreken. Maar dan rijst de vraag: wanneer en hoe is dan een eerste "Ietsje" ontstaan, of hoe is dan alles tegelijk ontstaan. Dat kan niet geleidelijk zijn geweest, want zodra er een Iets ontstaat, ook al in zijn eerste beginstadium, dan is het al meteen Iets. Zou het de Big Bang geweest zijn? We weten het niet, en we moeten de vraag dan ook beantwoorden met een "we weten het niet", niet als een soort uitvlucht om van deze moeilijke vraag af te zijn, maar duidelijk gefundeerd door eerst een "Niets" aan te nemen. We moeten zelfs de mogelijkheid niet uitsluiten, dat er altijd Iets geweest is en dat het Niets een gedachtenspinsel is, dat er nooit in werkelijkheid is geweest.

Volgende keer over de rol van God in dit probleem.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten